De Hollandse oliebol is misschien wel het minst originele recept ter wereld

Overal ter wereld mieteren mensen deegbollen in de frituur

door Pete Wu
|
dec. 27 2016, 9:45am

Een knapperig bruin korstje dat een bol luchtig deeg als een ballenknijper omarmt terwijl je niet bepaald zuinig doet met een bus poedersuiker: wat past er beter bij het beeld van een winterse oud en nieuw dan een oer-Hollandse oliebol? Behalve de jaarwisseling zouden we ook iets extra's moeten vieren: het bestaan van deze oliebol, die al jaren over de hele wereld tot de verbeelding spr… grapje: kom op, jongens, het zijn gewoon gefrituurde deegbollen.

Ben je niet in Nederland rond de jaarwisseling? Gelukkig zijn we niet het enige gekke volk dat de gemiddelde deegbol ziet zoals ik je tante graag zie: knijpbaar en bedekt met een laagje olie. De Hollandse oliebol heeft misschien wel het minst originele recept ter wereld: er zijn van Azië tot Afrika en Zuid-Amerika tal van zoete en hartige varianten op de oliebol. Prima, want zo kun je ook in het buitenland je bollenfix bevredigen.

MUNCHIES maakte een overzicht van een paar oliebolvarianten, zodat je misschien geïnspireerd raakt om met oud en nieuw eens een keer wat andere ballen in je mond te stoppen.

Suriname en India: de ghul ghula of gulgula

Voor als je denkt: geef me gulgula, nu.

De Hindoestaanse of Surinaamse oliebol, de ghul ghula (niet te verwarren met de bara, die andere gefrituurde Surinaamse deegsnack) kenmerkt zich door de vele vruchten die erin zitten: naast rozijnen en krenten zitten er ook bananen, appels en vaak ook kokosrasp in verwerkt. Er zit minder meel in dan in de Hollandse oliebol: de verhouding hoort ongeveer een derde banaan en twee derde meel te zijn.

Bescherm je verse ghul ghula goed tegen rondstuivend kleurverfpoeder en hippies die op jacht zijn naar de perfecte foto voor hun tinderprofiel: de ghul ghula wordt namelijk vaak gegeten tijdens Holi, het Hindoestaanse lentefeest dat tegenwoordig bekend staat als een evenement waar witte mensen wild van worden omdat ze eindelijk wat kleur krijgen – door die verfpoedertjes, snap je. Holi wordt in 2017 gevierd op 13 maart. Ghul ghula wordt overigens ook gegeten tijdens Divali, het najaarsfeest op 19 oktober 2017, en bij overlijdensceremonies.

België: de smoutebol

smoutebollen

Foto via.

Mocht je denken dat Vlamingen en Nederlanders op dezelfde manier tegen de oliebol aankijken: that's where you're wrong, vriend. Belgische oliebollen, door de Vlaamse tongval op mysterieuze wijze omgevormd tot 'smoutebollen', werden vroeger goudbruin gefrituurd in varkensvet of smout (ook wel ossenwit genoemd). Het verschil met de oud-Hollandsche bol zit 'm vooral in de grootte: hij is wat luchtiger en kleiner en dus gelijkmatiger gebakken en handzamer dan de enorme lompe oliebol. Ook bevat het geen suiker – die mag je er zelf overheen strooien van de Belgen. Wij Hollanders geven misschien de stinkeye aan zo'n slappe puntzak of bak gevuld met smoutebollekes, maar Vlamingen zijn dan weer geen fan van de loeizware en amper warme Hollandse oliebol.

Japan: de sata andagi of koban age

oliebolsata-andagi
Deze mix van bloem, bruine suiker en eieren wordt voornamelijk gegeten op het Hawaï van Japan: de tropische eilandengroep Okinawa onder de grotere eilanden. De sata andagi is een soort liefdeskindje van Japanse en Chinese snacks en is vanbuiten knapperig, vanbinnen zacht en sponsachtig. Volgens een nogal vage Japanse legende werd een samoerai verbannen omdat de vrouw van de keizer verliefd op hem werd. Zijn wanhopige moeder stopte stiekem gouden muntstukken ('koban age') in een portie van deze kleine sata andagi-ballen en gaf die mee aan haar verbannen zoon, zodat die alsnog met een fortuin kon wegvluchten. Vaak wordt de snack geserveerd op Japanse festivals zoals het Obon-festival (5 september 2017), om voorouders te herdenken en eren.

Polen / Rusland / Armenië: de pączki

oliebolpaczki

Een hele bende pączki. Via Flickr-gebruiker Melissa Wang

In een paar landen in het Oostblok worden er op de ochtend van de zogenoemde 'Vette Donderdag' een heleboel sponsachtige deegschijven in de frituur gesmeten, waarna ze er als pączki (spreek uit al 'pont-sjki') weer uit komen. Het is een soort kliekjessnack: al eeuwen voordat de katholieke vastenperiode start na Vette Donderdag worden in voornamelijk Polen alle restjes vet, eieren, suiker en fruit in het huis bijeen verzameld om in de pączki te worden gestopt. Een heuse carnavalsfeest in de vorm van een oliebol dus. Pączki wordt gevuld met jam en soms – als je je echt goed wil voorbereiden op het vasten – bestrooid met suiker of stukjes sinaasappelschil. Dit jaar viel Vette Donderdag op 4 februari, in 2017 mag je alvast klaar zitten op 23 februari.

Portugal en Hawaï: de malasada

screen-shot-2016-12-26-at-16-51-32

Foto via.

In het buurland van Spanje houden ze van een gesuikerde donut-oliebolvariant, de malasada. Net als in andere typisch katholieke culturen wordt ook de malasada voorafgaand aan de vastenperiode gegeten. Volgens verhalen zou de eerste bakker van deze oliebol een stuk deeg dat niet wilde rijzen in een frituurpan hebben gegooid omdat ze het zonde vond om het zomaar weg te gooien. 'Malasada' komt dan ook van de woorden 'mal' (slecht) en 'assar' (bakken).

De malasada is niet Portugees gebleven: Portugese gastarbeiders brachten het in de negentiende eeuw naar Hawaï, waar het nog steeds een populaire snack is. Ze hebben zelfs een speciale dag voor dit importproduct: Malasada Day. Malasada's worden het liefst zo heet mogelijk gegeten en kunnen gevuld worden met chocolade, koffiemelk of bijvoorbeeld 'haupia' (een Hawaïaans kokosmelktoetje) of 'li hing mui' (Chinese gedroogde pruimen die zowel zoet, zuur als zout smaken). In 2017 valt Malasada Day op 28 februari.

Latijns-Amerika / Spanje / Guam: de buñuelo

bunuelos
Deze Spaanse variant, die vaak op oudejaarsavond wordt gegeten met anijszaad of honing, is misschien niet eens Spaans: volgens de overlevering is het recept overgewaaid vanuit de Noord-Afrikaanse regionen. En nog iets vreselijk blasfemistisch: het is vaak niet eens in bolvorm! De goddeloze Zuid-Amerikanen durven deze 'oliebollen' soms zelfs als platte koeken of repen te frituren.

Via de Spaanse kolonisten kwam het terecht in Midden- en Zuid-Amerika, en werd er volop gevarieerd met het recept. Zo is het in Colombia een hartige snack waar kaas in wordt verwerkt en stoppen Cubanen en Nicaraguanen cassave in het deeg. Op het tropische eiland Guam in de Grote Oceaan zijn de Spanjaarden ook langs geweest: daar wordt buñelos aga gegeten, een variant met banaan. Mexicanen serveren hun buñuelos met bruine suiker en guave- en kaneelsiroop en serveren ze op dunne porseleinen bordjes die vervolgens met Nieuwjaar tegen de muren aan worden gesmeten. Voor geluk, natuurlijk.

Nigeria en Kameroen (de puff-puff), Ghana (de bofrot), Liberia (de kala), Tanzania, Kenia en Oeganda (de mandazi)

De bofrot uit Ghana

Ook in centraal en westelijk Afrika kennen ze een schattig kleine oliebolvariant, die tijdens feestjes en bij straatkraampjes onder verschillende namen wordt geserveerd, vaak met nootmuskaat, kaneel of vanille – en soms zelfs als hartige snack met pittige tomaten- of bonensaus. In Ghana wordt de 'bofrot' vaak tijdens het ontbijt gegeten bij de pap, in Liberia wordt 'kala' geserveerd met superscherpe Afrikaanse pepertjessaus. Verderop, in Tanzania, Kenia en Oeganda in het oosten van Afrika, wordt de driehoekige 'mandazi' gemaakt met kokosmelk en soms amandelen of pinda's. De Afrikaanse versies zijn niet verbonden aan feestdagen: je kunt ze dus het hele jaar door eten – en dat is natuurlijk altijd goed nieuws, dingen die je het hele jaar door kunt eten.