Belgen hebben geen Tinder nodig omdat ze friet hebben

België is klein, maar verdeeld. Hoe versnipperd het land ook is, er is één ding dat de mensen verbindt: ze kunnen niet leven zonder de friet.

|
mrt. 4 2017, 11:29am

Dit artikel verscheen in maart 2015 op MUNCHIES.

Twee maanden na mijn emigratie naar Nederland kreeg ik nog altijd dezelfde vraag naar mijn hoofd geslingerd: wat mis je nu het meest?

In ieder geval niet: studenten die er een sport van maken om de leukste bierglazen te stelen, de ambachtelijke chocolade, of de vierdaagse op Tomorrowland. Wel dat krokante stukje gouden geluk, geserveerd in een puntzak of bakje, met een goeie klodder saus erop.

Dat ik friet meer mis dan mijn familie als ik in het buitenland ben, maakt van mij geen onmens, het maakt van mij een Belg. En ik ben er zeker van dat dit voor bijna iedere Belg zo is. Wie durft te beweren dat frieten Frans zijn, krijgt een patat op zijn smoel: Frankrijk krijgt de tongzoen, friet is van ons.

belgian-fries

Friet met stoofvleessaus en friet met samurai en satékruiden.

Een jaar geleden was er zelfs een fanatieke frietlobby vanuit Vlaanderen: professionele frietbakkers wilden dat Unesco de Belgische frieten zou opnemen op de lijst van immaterieel cultureel erfgoed. Het is onze nationale trots, en hoewel de helft van de Belgen aan overgewicht lijdt, blijft het onze enige vergeeflijke zonde.

België is klein, maar verdeeld. De gewesten spreken nauwelijks met elkaar, binnen Vlaanderen heerst een stille oorlog tussen de 'opscheppers' van Oost en de 'boeren' van West, en de Duitstalige Belgen worden al helemaal genegeerd. Maar hoe versnipperd ons land ook is, en hoe oneens we het over sommige dingen zijn, er is één ding dat ons verbindt: we kunnen niet leven zonder de friet.

Dat hebben we vijf jaar geleden aan de wereld getoond, toen het falen van ons land een hoogtepunt bereikte. We hadden 533 dagen geen overheid en verbroken daarmee het wereldrecord. Om te protesteren tegen de politieke impasse vonden we het een logisch idee om een frietrevolutie te houden. Bijna achtduizend studenten gingen de straat op om te demonstreren, en gekleed in de kleuren van de Belgische vlag toonden ze hun kwaadheid en verontwaardiging door massaal pakken friet te eten.

Meer dan tweehonderd friet-etende studenten toonden naast ons nationale symbool trouwens ook hun eigen symbool en gingen uit de kleren, omdat de politiek hen 'al jaren in hun blootje zet'. Niets zegt eenheid zoals een naakte Belg aan de friet, toch?

foto 5

Een beroemde frietkot in Gent.
Julientje

De straten van België zijn beplakt met frietkoten (in het Belgisch schrijven we het meervoud met één t): een klein hok op wielen, een frietbarak, een minichalet, een eettent van vier vierkante meter, liefst geparkeerd op de hoek van de straat. Een traditionele frituur is simpel en de eenvoud is wat het siert. De ruimte is meestal te klein om comfortabel te zitten en je staat allemaal lekker dicht bij elkaar aan te schuiven. Op drukke momenten schreeuw je je bestelling naar de frietbakker, die alles wat je opsomt onthoudt. Frietbakkers in België hebben een heldenstatus.

Wijlen Julien van frituur De Gouden Saté (in de volksmond: 'bij Julien') in Gent was zo'n legendarische frietheld die de ziekste bestellingen van een hele rij dronkelappen kon onthouden. Na zijn dood – die de hele stad ontzet heeft – werd het bekendste pak frieten naar hem vernoemd. Maak kennis met een , de koning van de frieten en de culinaire coke van Belgische studenten: een plastic bakje van dertig bij vijftien centimeter boordevol frieten, satékruiden, stoofvleessaus, mayonaise, gebakken uitjes en een viandelle die in stukjes wordt gesneden en gefrituurd. Frietbakker Julien wordt herinnerd in de hoofden maar vooral in de magen van duizenden studenten.

Crazy-Fries-from-Belgium

Een Julientje van De Gouden Saté - foto Mayli Sterkendries

Als je denkt te weten wat patat is, maar nog nooit in België bent geweest, heb je nog veel te ontdekken. Zak af naar het zuiden en kies een nieuwe saus: bickysaus, tartaar, andalouse of samurai. Bestel een stuk vlees dat je nog nooit eerder gezien hebt: een berenpoot, een brochette van boulette en pittige ui, een gefrituurde gedroogde worst of een bicky crunchy cheeseburger (een gefrituurd krokant stuk frikandelachtig vlees met gebakken ui, augurk, kaas en drie verschillende sauzen). En bestel een pak friet met stoofvleessaus, want vlees in biersaus is echt de shit.

De culinaire kennis van België rijkt verder dan een gefrituurde aardappel, en het is heus niet zo dat we elke dag een pak friet halen. Toch is 'een frietje steken' een van onze favoriete hobby's. Het gaat om meer dan alleen honger of goesting stillen. Zowel de geur als het verlossende geluid van het opschudden van de frietjes brengt herinneringen los: op vrijdag met het gezin naar de frituur, oma een 'kleintje met mayo' brengen, in de zomer met je vrienden een jonko roken terwijl je een pak friet deelt in het park – friet is een traditie die doet denken aan kinderlijk geluk, geborgenheid en gezelligheid.

En, nou ja, ook aan dronken zijn.

Feestgangers zijn gek op hun Belgisch goud. Een frituur is dus dé perfecte spot om legendarische nonsensgesprekken te hebben met vreemden. Er is evenveel kans dat je aan de praat raakt met een oudere vrouw in minirok, als dat je ongewild klappen vangt van een bezopen gast in pak.

Ik geloof heilig dat frietkoten de reden zijn waarom Belgen minder nood hebben aan Tinder. Laat op de avond (of vroeg in de ochtend) is de frituur een zone zonder remmingen, waar je zomaar je toekomstige lover kan tegenkomen. Dicht bij elkaar staan in de damp van versgebakken patat en vlees, schept een band. Als je na een kwartier lullen je bestelling krijgt, ga je met die onbekende op de stoep van de straat zitten. Samen junkfood eten is charmant, en als een leuke jongen vraagt of hij zijn frietje in je saus mag doppen, is er niemand die raar opkijkt.

Als je niet wist dat België cultuur had, weet je het nu: we hebben frietkotcultuur. Ondertussen heb ik in Amsterdam één frietkot ontdekt die goeie friet bakt (die op de Heiligeweg, uiteraard). Ze noemen zich Vlaamse frituur, en ik geef toe, de friet ruikt even lekker als 'ie smaakt. Maar ze verkopen geen vlees, de prijs is driedubbel, de frietbakkers vermijden elk oogcontact en de sfeer is ongelofelijk klote.

Maar misschien ben ik gewoon een Belgische frietsnob.