DGTL: “Je kan geen duurzaam festival zijn als je vlees verkoopt”

De organisatie van het Amsterdamse festival DGTL gaat stoppen met de verkoop van vlees. Een leuk feestje hebben kan prima zonder frikandel, hamburger en kroket, vinden ze.

|
feb. 17 2016, 12:49pm

Foto door Bibian Bingen voor THUMP

Het leven van een festivalganger is de laatste jaren stukken aangenamer geworden. Niet alleen vanwege de steeds betere nauwelijks misbare festivalspullen, of door de ochtendyoga waar nooit iemand heen gaat – de meeste vooruitgang is geboekt op het gebied van eten. Was een broodje warme beenham ooit het enige niet-gefrituurde eten, tegenwoordig zijn er kimchikapsalons, pulled pork-taco's en langzaamgeperste sapjes die je kunt bestellen in de food area – die er dus is.

En net nu we gewend zijn aan het feit dat fabrieksfrikandellen het veld hebben geruimd voor handgedraaide worsten van blije varkens, gaat er weer wat veranderen: festivals zonder vlees. En dan bedoelen we geen speciale vegafeesten in groene oases, maar een gewoon dancefestival midden in Amsterdam. De organisatie van DGTL stopt dit jaar met het serveren van vlees aan alle veertigduizend bezoekers en artiesten.

Ik sprak met DGTL's projectmanager Kiki Calis en duurzaamheidsmanager Jorrit Huijsman over waarom ze hiervoor kiezen.

MUNCHIES: Ha Jorrit en Kiki, de cateraars op DGTL verkopen dit jaar geen vlees. Vinden jullie dat iedereen vegetariër moet worden? Kiki Calis: Nee, absoluut niet! We willen niemand dwingen om vegetariër te worden, we willen gewoon laten zien dat je veel CO2-uitstoot bespaart als je twee dagen geen vlees eet, en dat dat helemaal geen opgave is.

Jorrit Huijsman: We zijn zelf allemaal vleeseters, maar ik eet zelf inmiddels drie of vier dagen in de week geen vlees.

Waarom willen jullie dit zo, wat is jullie boodschap? Kiki: Dat je een heel leuk feestje kan hebben zonder vlees te eten, dat je het zelfs niet hoeft te missen. We zijn bij DGTL al sinds het tweede jaar bezig met verduurzamen. Elk jaar hebben we minder afval, waterverbruik en transport, zo veel mogelijk biologisch vlees en lokaal eten, groene energie, et cetera. Maar als je echt een grote stap wil maken om CO2-uitstoot te reduceren, kun je er niet omheen. Dan kan je wel gaan carpoolen en leveranciers met groene trucks laten komen, niets weegt op tegen hoeveel je bespaart als je geen vlees en vis serveert.

Dus nu gaan jullie insecten en zeewier verkopen? Kiki: Nee dat juist niet, we willen niet doorslaan. We blijven gewoon werken met dezelfde cateraars. Niet alleen omdat we die niet wilden passeren, maar ook omdat we het niet te moeilijk willen maken. Je hoeft geen rare dingen te gaan eten, of alleen maar tofuballen. We willen gewoon lekker eten kunnen aanbieden en zijn met onze cateraars – waaronder Burgermeester en Hot Mama Hot – om de tafel gaan zitten en hebben gevraagd of ze mee willen doen. Zij reageerden supergoed en nu gaan ze lekkere vegetarische hamburgers en vegapizza's maken.

Reageert iedereen zo positief? Jorrit: Toen we het voor het eerst in de groep gooiden op kantoor, werd er verontwaardigd gereageerd: 'Ja doei, dat ga jij toch niet voor ons bepalen?' Mensen hebben het gevoel dat je ze iets oplegt. Maar dat is niet zo: je probeert ze één of twee dagen te laten proeven hoe het ook kan.

Kiki: Als je weet hoeveel water en uitstoot al dat vlees kost, dan zou het raar zijn om ertegen te zijn.

Jorrit: Toch denken we dat een deel van de bezoekers hetzelfde zal reageren als onze eigen medewerkers.

Wat is de schade eigenlijk, van vlees op een festival verkopen? Jorrit: We weten het alleen van ons eigen festival. We hebben terug gerekend hoeveel kilo CO2, water en soja er nodig was voor de verkochte hamburgers op ons festival vorig jaar. Als je ziet hoeveel dat is, dan schrik je. Vorig jaar zijn er ongeveer 13.500 vleesproducten verkocht, waaronder 3972 biefburgers. Eén burger kost 1550 liter water en 1,74 kilo CO2. Omdat de hamburger het meest verkochte product is, hebben we uitgerekend dat er daardoor 6911 kilo CO2 is uitgestoten en 6.156.600 liter water is verbruikt. Onze inschatting is dat we – als we ook thuis met onze veertigduizend bezoekers één dag minder vlees eten – in totaal 53.000 kilo CO2 kunnen besparen, 14 miljoen liter water en 21.000 kilo soja.

Is een festival een goede plek om dit probleem aan te kaarten? Kiki: Ja juist. Mensen staan op festivals veel meer open voor nieuwe dingen, dat blijkt uit allerlei onderzoeken. Het doet meer dan een mail sturen naar iedereen met: jongens, we moeten minder vlees gaan eten.

Jullie hebben sinds dit jaar ook een eigen moestuin op kantoor toch? Jorrit: Klopt, het is allemaal onderdeel van het Revolution-programma waarmee we uiteindelijk een zo duurzaam mogelijk festival willen zijn. We werken samen met Stadsboeren, een organisatie die groente verbouwt in de stad, omdat we meer aandacht op groente wilden vestigen. Het idee was dat we zelf groente zouden gaan verbouwen voor op het festival, maar dat bleek lastig omdat het festival al zo vroeg in het seizoen is. Maar met onze tuin is het voor iedereen op kantoor wel zichtbaar geworden, en nu is het ook niet erg dat de boerenkooloogst bijvoorbeeld is mislukt door een rups.

Kiki: We willen geen geitenwollensokkengedoe en geen boerderijgevoel. Het moet wel bij DGTL blijven passen.

Jorrit: Hooibalen zijn uit den boze. We gaan bijvoorbeeld wel mannelijke urine opvangen om daar fosfaat van te maken, een belangrijke voedingsstof voor de landbouw. De urine loopt gewoon weg maar wordt ergens anders opgevangen om het later te recyclen. Verder hebben we dit jaar minder aggregaten door een podium op zonne-energie en eentje op groene stroom. In combinatie met een slimstroomplan besparen we tot een derde van het normale dieselverbruik.

Zijn jullie bang voor boze vleeseters die hun kaarten verkopen als ze horen dat ze geen saté kunnen eten? Jorrit: We zijn daar niet zo bang voor. Als het gebeurt, wakkeren we een discussie aan en dat is wat we willen.

Kiki: Als je je kaartje verkoopt mis je gewoon een heel leuk feestje. En wie op de terugweg per se een frikandel wil halen, moet dat gewoon lekker doen.

Like MUNCHIES Nederland voor een dagelijks banket aan prachtverhalen.