Hoe je voorkomt dat je wordt opgeslokt door je bijbaan in de horeca

De beste manier om als ambitieuze creatieveling aan geld te komen is door ernaast te werken in de horeca. Maar hou je wel aan een paar strikte regels, want voor je het weet praat je alleen nog over wijnen in plaats van over kleien.

|
16 december 2015, 12:08pm

Beeld door Megan van Kessel

Nadat ik op een dag een zonnebloem en een diploma 'autonoom kunstenaar/auteur' had ontvangen, was het voorbij met mijn leven als kunstenaar. Na een periode van vier jaar, vol met opdrachten als 'maak een monument voor Hitler, een mannen-afschrikker, een sculptuur geïnspireerd op een gedicht over een mug, de zeven zondes van vlees en een graf voor jezelf' ben je op, en val je in een diep ellendig zwart gat.

Na mijn studie had ik niet direct de energie om te slijmen voor fondsen. Sowieso had ik weinig energie, mede door het feit dat er niets uitkomt wanneer je 'vacature', 'kunstenaar' en 'Amsterdam' intypt in Google. Niets.

Met een waas voor mijn ogen ging ik met mijn camera op reis en daar gebeurde ook niets. Ik werd niet ontdekt. Niemand keek naar mijn foto's. Niemand luisterde naar mijn prachtige zinnen en niemand moedigde me aan om iets te gaan doen met zaagsel(?). Mijn geld raakte op en ik ging aan de slag als serveerster in de kroeg.

Naast de vele vrije dagen waarin je jezelf kunt trainen als triangelspeler, sepiafoto-fotograaf, arts zonder grenzen of latexperformer, beschik je in de horeca over een nul-urencontract, kun je vaak genoeg onbetaald verlof nemen, krijg je goede fooi, vloeit er na werk gratis drank uit de tap, bepaal je grotendeels zelf op welke dagen je werkt, kun je gezellig mee-eten, vrienden komen langs, je krijgt een band met de kroegkat, vaste klanten, de buurt, je hoeft niet na te denken en voelt je na verloop van tijd zelfverzekerder op deze vloer dan op een podium.

Als ik om zes uur 's avonds klaar was met mijn dienst, schoof ik aan bij de vaste gasten die door het leven gingen op Crocs met Kruidvat-folders onder de oksel. Met deze vijftigplussers dronk ik jenevertjes en spraken we over de dingen die we hadden kunnen doen met ons leven. Zij luisterden wel naar mijn prachtige zinnen. Tegen tienen ging ik dronken naar huis, de plek waar zelfdiscipline ver te zoeken was. Het ging helemaal mis met mij als kunstenaar.

Mijn kunstenaarsvrienden werkten inmiddels ook in de horeca. De een werd manager, de ander ging samenwonen met een kok. En iets begon langzaam aan me te vreten. We spraken over wijnen in plaats van kleien, en ineens werd het me duidelijk: ik had een onomkeerbaar pad gekozen dat ik niet wilde afwandelen. Ook was ik jaloers op mijn vrienden die er vrede mee hadden en die niet alleen alcoholisme, maar ook een liefdesvriend, rust en een betere functie hadden gevonden in de horeca.

Terwijl ik in een zeepbel met donkere wanden verkeerde, besefte ik dat ik zo niet verder kwam. Horeca was voor mij niet de plek om zowel geld te verdienen als mezelf genoeg op creatief vlak te kunnen ontwikkelen. De twee kunnen prima naast elkaar bestaan, maar je moet wel een routine voor jezelf bedenken: regels, tucht, discipline. Kortom, een saai, goedwerkend, vervelend systeem dat ik wil delen met de mensen die met geheven kin en een kwast in hun haar de nieuwe Tinkebell willen worden, maar niet precies weten waarvan ze het caviavoer gaan betalen. Hieronder vind je tien tips om als kunstenaar/schrijver/acteur/muzikant niet door de horeca te worden opgeslokt.

1. Ga bij een horecagelegenheid in je straat werken. Hiermee win je tijd die je kunt gebruiken om je potloden vast te slijpen. Of om net iets langer in je bed te blijven liggen omdat je de avond ervoor zo lang hebt gediscussieerd over 'Mondriaan als schrijver, schrijven/schrift, de stilte, Becket, baba ghanoush, elektriciteitskabels en gevoelens'. Belangrijk.

2. Probeer een plek uit te zoeken waar je een uniform aan moet. Of probeer het er bij je baas door te drukken. Ontwerp het pak niet zelf, deze autonome kant kan alleen tevoorschijn komen voor eigen doeleinden. Wanneer je een uniform draagt, verspil je geen tijd aan nadenken over wat je aan moet. Of geld aan 'basic-truitjes die vies mogen worden'. Een uniform staat ook anders als je bij een expo bent.

3. Vermijd krijtborden. Zodra je werkgever aan je vraagt of jij niet in een leuk handschrift de menukaart of een blitse gin-tonic op het bord kan zetten, heb je na afloop van je dienst het gevoel dat je toch iets nuttigs op creatief vlak hebt gedaan en kak je in.

4. Probeer op een plek te werken waar geen Spotify is. Zodra er Spotify is, voel jij je verantwoordelijk of de muziek wel of niet leuk is en wordt het verkeerde deel van je brein weer op actief gezet. Afspeellijsten met de naam 'Grand Café' werken totaal niet stimulerend om je creativiteit aan te wakkeren. Veel Norah Jones, Jamie Cullum en John Mayer is goed voor de afstomping van je persoonlijkheid op de werkvloer. Dat is goed.

5. Ideaal is het als je aan het begin van je dienst kunt inklokken via een computer met een duimafdruk. Een computer confronteert je niet met zijn emoties wanneer je te laat bent of wanneer je achttien uur hebt gewerkt. Hiermee kun je je stem sparen voor je cursus jodelen.

6. Kijk tijdens het werk niet op je telefoon. Net zo goed dat je geen karakter wil tonen aan de computer, moet je ook geen externe prikkels binnenlaten. Zo houd je balans. Op het moment dat je een gemiste oproep ziet van iemand die je graag mag, nestelt deze informatie zich in je achterhoofd en word je onrustig. In een onrustige status kun je niet vloeiend robotwerk doen. Dat heeft hetzelfde effect als je banksaldo checken wanneer je in het geheim bezig bent met een country-lied te componeren.

7. Vermijd oogcontact met de vaste, alcoholistische, gestoorde gasten. Het zijn bloedzuigers die al je creativiteit stelen. Deze mensen hebben met hun directe, plotselinge vragen niet door dat ze een gevoelige snaar raken. Ineens krijg je de vraag 'Heb jij wel eens op een scooter gezeten?' en voor je het weet ben je enthousiast antwoord aan het geven en heb je geen puf meer voor je prozagedicht na je dienst.

8. Ga niet fantaseren of wegdromen over de gasten. Jouw taak is initiatief te tonen en de gast zo zakelijk en dwingend mogelijk te helpen, niet om je af te vragen wat er in zijn nachtkastje zit. Deze afdwalingen zijn goed, maar niet op de werkvloer. Spaar ze op wanneer je besluit om op een koude winterdag naar Zandvoort te gaan om daar, turend over de branding, na te denken over nieuwe ideeën. Een mensenfantasie is schaars, verspil het niet aan het sussen van je verveling op de werkvloer.

9. Ga met niemand in discussie en doe alsof je een beetje dommer bent dan je daadwerkelijk bent. Met deze houding zal je als een sjoelsteen door het gaatje met de hoogste score schuiven. Score. Wanneer mensen om je heen door hebben dat je slim bent, zullen ze je vaker vragen om je mening. De 'wat denk jij?' is een vraag die, voor jou als kunstenaar, niet opgaat wanneer het gaat om de afweging tussen in stukjes gehakte selderie in de bloody mary of het drankje serveren met erin een groenteroerstronk in zijn geheel. Het acteren dat je nadenkt over een treffend antwoord kost veel te veel energie.

10. Accepteer geen vriendschapsverzoeken van collega's op Facebook. Voor je het weet word je uitgenodigd om een biertje te gaan drinken en ga je in je vrije tijd met ze om. Je merkt dat deze gesprekken langzaam aangenamer worden dan het gesprek over Becket en voor je het weet praat je alleen maar over herfstspeciaalbockbieren, zit je alleen maar aan het herfstspeciaalbockbier en voel je je vier seizoenen lang als een bitter, donkerbruin, herfstspeciaalbockbier.